NFEO: nieuwe Nederlandse investeringsbank voor economische groei en banen

NFEO – of Nederlandse Financieringsinstelling voor Economische Ontwikkeling – is een rapport dat op initiatief van Jeroen Kremers is uitgewerkt door het internationale consultancybureau Oliver Wyman en De Brauw Blackstone Westbroek. Het laat zien dat het bundelen van bestaande investeringsinitiatieven voor innovatie, energietransitie en export in een nationale investeringsbank grote voordelen heeft voor Nederland.

Deze website is een verzamelpunt voor informatie over het rapport. Het volledige rapport, de kortere „policy brief“ en relevante informatie worden onder „download documenten“ aangeboden.

De kern van het voorstel is dat Nederland’s sterk versnipperde financieringslandschap wordt gestroomlijnd in een nieuwe nationale investeringsbank.  Daarin gaan op de huidige sectorbanken BNG en NWB, FMO, alle regelingen voor ondernemingsfinanciering uitgevoerd door RVO, de regelingen voor financiering van energieduurzaamheid van de gebouwde omgeving uitgevoerd door nog weer andere partijen, en alle andere Rijksparticipatie- en garantieregelingen voor financiering van economische ontwikkeling en duurzaamheid die verder nog aan het licht zullen komen.  Dit hele versnipperde landschap wordt onder één dak samengebracht in drie slagvaardige poten:  (startende) ondernemings-financiering en innovatie; projectfinanciering voor energie, duurzaamheid en digitale agenda alsmede financiering decentrale overheden; en internationaal en export.  De eerste poot bouwt voort op het RVO-deel, de tweede op BNG/NWB en de derde op FMO.

Deze sanering van het dure en ineffectieve beleidsinstrumentarium biedt enorme voordelen.  Door Oliver Wyman is becijferd dat de combinatie van nationaal en internationaal (BNG/NWB en FMO) onder één dak maar liefst ruim 3 miljard aan kapitaalruimte vrijspeelt.  Dat zijn belastingmiddelen die nu ongebruikt blijven vanwege in het verleden gegroeide versnippering.  NFEO kan dus met miljarden vrij kapitaal aan de slag zonder dat er een cent belastinggeld bij hoeft.  Dat voordeel, uitsluitend in deze combinatie te bereiken, lijkt een no brainer.

Door efficiëntievoordelen ontstaan ook structureel lagere uitvoeringskosten en structureel ruimte voor hogere dividenden en lagere rentelasten voor gemeenten, provincies en waterschappen.  Door bundeling van expertise wordt NFEO een professioneel hoogwaardige overheidsbank die een leidersrol kan vervullen in het binnenland (ondersteuning van ontwikkelopgaven decentrale overheden, voorbereiding financierbare projecten voor institutionele beleggers) en internationaal (Nederlandse tegenpartij voor Europees Junckerfonds).  De combinatie van de poten binnenlandse ondernemingsfinanciering en exportbevordering ligt in onze exporteconomie voor de hand.  Voor de energietransitie is juist de combinatie van projectfinanciering en innovatie essentieel.

Misschien het meest belangrijke voordeel is de praktische slagkracht van een goed uitgeruste overheidsbank met een heldere missie, rigoureus beperkt tot additionaliteit aan de markt en het ondervangen van marktfalen.  Om elk risico uit te sluiten van een uitdijende moloch die de markt in de weg gaat zitten, is voor NFEO een stevige governance ontworpen.  Volkomen terecht voldoet die aan alle geldende richtlijnen uit Brussel, gericht op voorkoming van ongeoorloofde staatssteun.  Die rigoureuze discipline ontbreekt in het huidige model, waar aanzienlijke ruimte bestaat om financiering aan de markt over te dragen (bijvoorbeeld in de sfeer van financiering van woningcorporaties door BNG en NWB).  Ook die discipline is een verbetering die politieke partijen en het ministerie van Financiën moet aanspreken.

Nederland is het enige land zonder een nationale investeringsbank.  Dat wreekt zich in concurrentiekracht, energietransitie, en ook in het benutten van Europese middelen zoals het EFSI-fonds van Juncker.  Als tijdelijke pleister op de versnippering is in opdracht van ministers Kamp en Dijsselbloem hiervoor een coördinatieplatform opgericht, het Nederlands Investerings Agentschap NIA.  Dat was nadrukkelijk als tijdelijk bedoeld, immers versnippering tegengaan met nog meer versnippering is onlogisch.  Tot doorontwikkeling van NIA naar NFEO is het echter nog niet gekomen.  Daardoor loopt Nederland inmiddels ver achter bij het benutten van deze middelen.  Door België is in het eerste jaar van de driejaarse EFSI-looptijd 33% binnengehaald van hetgeen op grond van objectieve factoren verwacht mag worden, door Nederland pas een schamele 6%.  België ligt netjes op koers, Nederland worstelt met institutionele problemen bij de Rijksoverheid en betaalt daardoor in Europa wel contributie maar laat de voordelen aan anderen.

Institutionele problemen vragen om een institutionele oplossing.  Een nieuwe nationale investeringsbank is hard nodig, en verbindt partijen die met miljarden aan Nederlands belastinggeld en miljarden aan Europese middelen zuinig willen omgaan.

 

 

 

Back to top